Een leven lang lezen

© Janneke van der Veer 2017

De jeugdboeken Soldaten huilen niet, April is de wreedste maand en Vertel me wie wij waren van Rindert Kromhout spelen in het Engeland van de jaren dertig rond de Bloomsbury Groep, waarvan de schrijfster Virginia Woolf en haar zuster, de kunstenares Vanessa Bell, deel uit maakten. Vanuit het perspectief van Quentin en Angelica, zoon en dochter van Vanessa, wordt een beeld gegeven van het fascinerende leven in de destijds spraakmakende kunstenaarsgroep kennen. Drie prachtige, goed geschreven tijdsdocumenten, waarbij bovendien het wel en wee van de hoofdpersonen goed uit de verf komt.

Het bekende versje ‘Dikkertje Dap’ van Annie M.G. Schmidt leerde ik op de kleuterschool, samen met die andere klassieker ‘Ik heb een tante en een oom die zitten in een eikeboom’. Met die versjes kwam ik thuis, waarna ze al gauw waren opgenomen in ons dagelijkse versjes-repertoire. Andere versjes van Annie M.G. Schmidt leerde ik kennen toen ik in 1961 de bloemlezing Dikkertje Dap en een heleboel andere versjes cadeau kreeg. Het eigenzinnige taalgebruik, de originele wendingen, de humor - ik kon er niet genoeg van krijgen. En nog steeds lees ik de versjes met veel plezier. Het is poëzie om steeds opnieuw van te genieten.

De kleine prins staat voor mij symbool voor een betere wereld. Een wereld waarin het niet draait om geld of goed, maar om zorg en verantwoordelijkheid voor elkaar. In prachtige, poëtische taal en dito illustraties verbeeldt Antoine de Saint-Exupéry dit ideaal in De kleine prins.

In De regels van drie worden Twan en Linde geconfronteerd met de vraag of zij hun overgrootvader opi Kas moeten helpen met ontsnappen naar de bergen, waar hij op zijn eigen manier dood wil gaan. Daarmee zouden zij tegen de wil van hun moeder en oma ingaan, die opi willen meenemen naar Nederland. Gaandeweg beginnen ze te begrijpen dat opi Kas de baas over zijn eigen leven moet zijn.  Een sterk boek over de regie over je eigen leven willen houden. En willen we dat niet allemaal?